Plaagdierbeheersing (ongediertebestrijding) in Oost- en Zuidoost Friesland0512 ‑ 77 60 06|06 ‑ 218 920 54|WhatsApp
Mieren

Plaagdier

Mieren

Niet iedere mier veroorzaakt dezelfde overlast. Lees welke soorten u rond woningen en gebouwen kunt aantreffen en welke aanpak daarbij past.

Bekijk behandeling

Welke mieren kunt u tegenkomen?

Mieren vervullen een nuttige rol in de natuur. Ze ruimen organisch materiaal op, verspreiden zaden en vormen voedsel voor andere dieren.

Overlast ontstaat vooral wanneer mieren:

  • grote aantallen vormen rond een woning of bedrijf;
  • via naden en kieren naar binnen komen;
  • voedselvoorraden bereiken;
  • nesten maken in of bij houten constructies;
  • bestrating of terrassen ondergraven.
Tuinmieren bij een woning
1

Tuinmieren

Wegmier, boommier, glanzende houtmier en schaduwmier

Tuinmier is geen afzonderlijke soort, maar een verzamelnaam voor mieren die regelmatig in tuinen, rond bestrating en bij gebouwen worden aangetroffen.

Wegmier

De wegmier (Lasius niger) is een veelvoorkomende soort in tuinen. Nesten bevinden zich vaak in zand, borders, onder tegels en langs bestrating.

Kenmerken:

  • donkerbruin tot zwart;
  • werksters van ongeveer 3 tot 5 millimeter;
  • duidelijke mierenstraten;
  • vaak zichtbaar tussen tegels en langs muren.

Mogelijke overlast:

Wegmieren kunnen binnendringen via kleine naden en kieren. Ze worden vooral aangetrokken door zoet voedsel.

Boommier

De boommier (Lasius brunneus) leeft van nature bij bomen, maar kan ook in gebouwen voorkomen. Deze soort wordt onder andere aangetroffen bij vochtige houten constructies.

Kenmerken:

  • bruinachtige kleur;
  • vaak kleine, smalle looproutes;
  • kan langs ramen, muren en vloeren lopen;
  • aanwezigheid kan samenhangen met vochtig of aangetast hout.

Mogelijke overlast:

Wanneer boommieren vanuit een constructie naar binnen komen, is alleen het bestrijden van zichtbare werksters meestal niet voldoende. Ook vocht en bouwkundige gebreken moeten worden onderzocht.

Glanzende houtmier

De glanzende houtmier (Lasius fuliginosus) is herkenbaar aan zijn donkere, opvallend glanzende lichaam.

Kenmerken:

  • zwart en sterk glanzend;
  • duidelijke, vaak drukke looproutes;
  • opvallende geur wanneer de mieren worden verstoord;
  • nesten kunnen voorkomen in bomen en houten delen.

Mogelijke overlast:

De soort kan nestmateriaal aanbrengen in holle bomen of aangetast hout. Wanneer zij in een gebouw wordt aangetroffen, is controle op vocht en houtaantasting verstandig.

Schaduwmier

De schaduwmier (Lasius umbratus) leeft grotendeels ondergronds en wordt daardoor minder vaak gezien.

Kenmerken:

  • geelbruin tot lichtbruin;
  • leeft verborgen in de bodem;
  • komt vooral voor op beschutte en vochtige plaatsen;
  • werksters zoeken ondergronds naar voedsel.

Mogelijke overlast:

Schaduwmieren veroorzaken meestal weinig directe overlast. Soms worden ze zichtbaar tijdens graafwerkzaamheden of wanneer gevleugelde exemplaren uitvliegen.

Bij terugkerende overlast is het belangrijk om de soort, looproutes en nestlocatie vast te stellen.
Faraomier in een verwarmd gebouw
2

Faraomier

Een zeer kleine mier in verwarmde gebouwen

De gele faraomier (Monomorium pharaonis) is oorspronkelijk afkomstig uit warme gebieden. In Nederland kan deze soort zich vooral handhaven in permanent verwarmde gebouwen.

Herkenning

  • zeer klein, meestal ongeveer 2 millimeter;
  • geel tot lichtbruin;
  • donkerder achterlijf;
  • vaak veel kleine werksters tegelijk zichtbaar.

Waar komt de faraomier voor?

Faraomieren zoeken warme nestplaatsen, bijvoorbeeld:

  • bij verwarmingsleidingen en radiatoren;
  • in spouwmuren;
  • achter tegels en wandafwerking;
  • in keukens en voedselruimten;
  • in appartementencomplexen en zorginstellingen.

Waarom is bestrijding lastig?

Een kolonie kan uit meerdere nesten en koninginnen bestaan. Wanneer een deel van de kolonie wordt verstoord, kunnen groepen zich verplaatsen en nieuwe nesten vormen.

Daarom is een planmatige aanpak van het gehele besmette gebied nodig.

Gebruik niet zomaar een contactspray. Een verkeerde behandeling kan de kolonie opsplitsen en de verspreiding vergroten.
Kale bosmier en een koepelnest in het bos
3

Kale bosmier

Ook bekend als de kale rode bosmier

De kale bosmier (Formica polyctena) leeft vooral in naald- en loofbossen op zandgronden. De soort bouwt opvallende koepelnesten van takjes, naalden en ander plantaardig materiaal.

Herkenning

  • vrij grote werksters van ongeveer 4 tot 9 millimeter;
  • roodbruin borststuk;
  • donkere kop en donker achterlijf;
  • grote aantallen mieren rond een koepelnest.

Waar leeft de kale bosmier?

De nesten bevinden zich vooral:

  • aan bosranden;
  • in gemengde bossen;
  • op beschutte plaatsen;
  • in de buurt van bomen met bladluizen.

Veroorzaakt de kale bosmier overlast?

Kale bosmieren kunnen hun nest verdedigen wanneer mensen of dieren te dichtbij komen. Ze bijten en kunnen mierenzuur spuiten.

Toch zijn het nuttige bosbewoners die grote aantallen andere insecten vangen. Een nest hoeft daarom niet bestreden te worden.

Een bosmierennest is doorgaans geen plaag. Laat het nest met rust en voorkom beschadiging of verstoring.

De soorten in één oogopslag

SoortTypische overlastGebruikelijke aanpak
TuinmierenLooproutes in en rond woningen, voedseloverlast en soms nesten bij hout of bestratingSoort en nestlocatie bepalen; oorzaak en toegang aanpakken
FaraomierKolonies in verwarmde gebouwen, keukens en technische ruimtenPlanmatige specialistische behandeling
Kale bosmierHooguit hinder wanneer een koepelnest wordt benaderdNest met rust laten en verstoring voorkomen

Weet u niet om welke mier het gaat?

Stuur een scherpe foto van de mier en de looproute via WhatsApp. Wij beoordelen graag of onderzoek of behandeling nodig is.

Last van plaagdieren?

Neem contact op voor advies of maak direct een afspraak.